|









en
| |
IJspegel 12 maart 2006
Geluk of wijsheid?
De negende IJspegel werd gekenmerkt door licht weer. Stond er
tijdens de eerste race nog een knoop of acht in de tweede race nam de wind
af naar 4 knopen en minder. De landwind -want dat was het- deed zijn
karakter alle eer aan. Grote variaties in windrichting en sterkte maakten
het een zenuwslopende dag voor de tactici. Maar ook voor de bemanning was het
niet altijd eenvoudig om koel en beheerst te blijven. Je zult op 50 meter
afstand je grootste concurrent maar snel weg zien varen terwijl je zelf zonder
wind achter blijft. Dit éénmaal zien gebeuren gaat
nog wel, maar de vijfde keer is het toch moeilijk om vol vertrouwen op de goede
afloop te blijven.
Over zenuwslopen gesproken. Het toppunt was de finish van de tweede race. In het
laatste rak richting finish, landafwaarts dus nam de wind 200 meter voor de
finish drastisch af. En dat met stroom dwars op de baan. Het finishschip lag in
een oase van rust en zelfs werd er soms westen wind gemeten. Met name het
laatste stukje, na boei 3 werd zeer moeilijk. Je moest daar naar de finish toe
een graad of dertig opsturen. Meer stroom van voren dus en minder voortgang over
de grond. Het grootste drama overkwam de Futuro (MaxFun 35). Na een uitstekend
gevaren race, waarin ze maximale vruchten plukten van hun enorme gennaker
bereikten ze als één van de eersten de finish. Echter de
wind viel weer eens weg en ze haalden ondanks de boegspriet net niet de lijn.
Dreven achteruit en worstelden vervolgens 20 minuten voordat finishen eindelijk
lukte. Weg kans op één van de eerste plaatsen.
Hoe verging het de Sunshine? Net zo als al de anderen. Een afwisseling van goede
en zwakke momenten. Soms lees je de wind goed en soms gaat het helemaal
fout. Je maakt een move omdat je denkt dat ....., maar het pakt geheel anders
uit. In de eerste race loopt het eerste kruisrak matig, voordewinds komen we
echter weer helemaal terug. Nieuwe kansen. Tweede kruisrak verloopt ondanks een
mislukte overstag (schoot blijft haken) redelijk en we ronden de bovenboei dicht
achter de Ragazza en voor de Rosetta onze directe concurrenten in het algemeen
klassement. Na de boei gijpen we snel voor vrije wind. Maar daar waar wij gaan
is geen wind en de schepen die rechtdoor gaan lopen zo van ons weg. Bij de
benedenboei is de baan afgekort. Geen kans meer op herstel in de voorziene derde
ronde. Resultaat, derde plaats op handicap.
De start van de tweede race halen we maar net. De wind valt weer eens weg en wij
bevinden ons benedenstrooms. De stroom staat langs de lijn. Maar het pakt
wonderwel uit, halen de lijn net en kunnen over stuurboord weg. Met de
vUdenTUDelft liggen we al snel voor op het hele veld. Driekwart op weg naar de
boventon, die overigens bijna bezeild is gebeurt het onvermijdelijke. Je kunt
niet altijd geluk hebben. Schepen die achter ons, maar meer naar bakboord varen
houden wind terwijl wij in een windwak varen. Resultaat is dat we toch
weer in een kluitje bij de boventon komen, alleen de vUden is weg en zal
uiteindelijk na twee rondjes 15 minuten voor nummer twee over de finish gaan. In
het verdere verloop van deze race is het zoeken en zoeken naar de wind. Soms zit
je op juiste plaats en soms niet. Het verhaal van het laatste voordewindse rak
is reeds verteld. Met een bootsnelheid van gemiddeld 2 knopen worstelen we ons
naar de finish. Over de laatste 30 meter van de achterkant van het
finishschip tot de voorkant doen we 10 minuten. Resultaat een vijfde plaats.
Voor ons eindigen vooral de snellere schepen in de groep. Hoe sneller hoe meer
je overhoud na aftrek van de tegenstroom.
Uitslagen
| |
|